LEVENSLOOP
Carroll Hall Shelby, zoon van Warren Hall Shelby, en Eloise Lawerence Shelby is geboren in Leesburg, Texas op 11 januari 1923,
Drie jaar later werd zijn zus Anne geboren. Zijn vader die toen postbeambte was deed zijn werk met paard en kar. In de jaren dertig kon hij pas over een wagen beschikken om zijn werk te doen, op deze manier kwam Carroll Shelby voor het eerst met een auto in contact.
Hij hielp zijn vader maar al te graag als hij niet naar de High school moest. Alleen het meerijden met de wagen was al een belevenis op zich voor Carroll. Hier met een pedaal auto op zeven jarige leeftijd.
In november 1941, begon Carroll met zijn opleiding op de Luchtmacht Basis van Lackland dichtbij San Antonio, (Texas). Hij was een vlucht instructeur tijdens WO.II maar verliet de V.S. niet.
Carroll Shelby huwde met Jeanne Fields op 18 december 1943. Ze kregen samen een dochter Sharon Anne Shelby geboren op 27 december 1944. Zijn eerste zoon Michael Hall Shelby is geboren op 2 november 1946 en zijn tweede zoon Patrick Burke Shelby is geboren op 23 oktober 1947.
Carroll verliet in augustus 1945 de luchtmacht als tweede luitenant en werd een gewone burger. Hij begon een zaak met een vuilniswagen in Dallas (Texas).
Daarna om aan petroleum prospectie te doen maar ook daar is hij vlug uitgeteld.
In 1949 ging Carroll in de kippen kweek. Met zijn eerste kweek kippen maakte hij $5000 winst, maar door zijn tweede groep kippen die stierven aan een ziekte diende hij het faillissement aan te vragen.
Hij had het wel wat moeilijk om op het einde van de maand de eindjes aaneen te knopen met drie kinderen. Toen de autosport in de Verenigde Staten zijn aandacht trok voelde hij aan dat dit zijn toekomst was.
De carrière van Carroll als renner begon in Januari 1952 met een hot-
Later dezelfde dag won hij opnieuw tegen Jaguar XK 120’s. In november 1952 reed Carroll
Shelby een cad-
Tijdens een race in augustus 1953, realiseerde Carroll zich dat zijn werk kledij een gestreepte overall, wit met blauw (zijn geliefde kleuren voor de latere Cobra’s en Mustang’s) die hij vroeger droeg op de kippen boerderij hem geluk bracht, en vanaf die dag droeg hij dit altijd en werd het later zijn handelsmerk.
Doordat Shelby de nodige deskundigheid had verworven achter het wiel van een cad-
In april 1954 vertrekt Carroll naar Europa en rijdt er een Aston-
Dit leidde tot een rit met het Aston Martin team te Le Mans in juni 1954. Carroll
was er co-
Shelby bleef Aston Martins rijden in Europa tot hij terug ging naar de States in
augustus 1954. Dan nodigde Donald Healey, van Austin-
Daarna ging Carroll Shelby naar de Carrera Pan Americana Mexico ritten. In november
1954 op 175 kilometer ten noorden van Oaxaca raakte hij een grote rots tijdens de
derde etappe, en rolde met zijn Austin-
In maart 1955 onderging Carroll verschillende operaties door zijn ongeval en bleef racen met zijn arm in een speciaal gemaakte glasvezel schelp en zijn hand vastgemaakt met tape aan het stuur.
In Sebring reed Carroll Shelby als co-
Shelby won in 1955 de race van Torrey Pines met een 4.1 liter Mexico Ferrari en versloeg Phil Hill.
Tony Paravano, een bouw ondernemer in Los Angeles, was onder de indruk van Carroll Shelby en vroeg hem om in zijn nieuwe 4.9 liter Ferrari te rijden. Carroll won de race en werd dan gevraagd om terug naar Europa te gaan.
In 1956 werd Carroll Shelby uitgeroepen tot beste sportwagen piloot van het jaar door “Sports Illustrated”.
Begin 1957 startte Carroll met de verkoop van sportwagens “Carroll Shelby sports cars” te Dallas, (Texas) met steun van de gebroeders Jim en Dick Hall.
Dick was een olie baron in Abilene, (Texas). Zijn broer was niet minder dan Jim Hall met veel race ervaring en bouwde later de bekende Chaparral racewagens.
In 1957 kreeg Carroll Shelby voor de tweede maal de titel van beste sportwagen piloot
door “Sports Illustrated”.
Shelby won in november 1957 de 100 miles race te Riverside
met een V8 Maserati. Na het spinnen in de eerste ronde viel hij terug tot de laatste
plaats maar maakte er werk van en haalde iedereen in en eindigde zo op de eerste
plaats. Dit was een van zijn uitzonderlijke prestaties in zijn piloten carrière.
Carroll Shelby en Tony Salvadori reden een Aston Martin DBR1/300 (3 liter) en wonnen de 24 Uren van Le Mans in juni 1959.
Carroll Shelby begon zijn laatste race seizoen in 1960 met een Grand Prix Formule 1 Maserati 250F, de wagen van Juan Fangio die in Reims 1958 werd ingezet.
In februari 1960 verbleef Shelby bij een vriend in Dallas waar hij hevige pijnen begon te krijgen in de borst streek en nam nitroglycerine pillen onder de tong. Zijn arts maakte een verkeerde diagnose en de pijn bleef aanhouden.
Carroll verhuisde naar La Mirada (Californië) en scheidde van zijn vrouw Jeanne die in Dallas met hun drie kinderen bleef. Shelby opende toen zijn Goodyear race banden shop.
In mei 1960 stelden de artsen vast dat Carrolls pijnen te wijten waren aan krans slagaders die het bloed niet goed meer doorlieten.
Op 27 juni 1960 reed Carroll Shelby met een Scarab en won er de eerste plaats op het Continental Divide racecircuit en brak er een record. Hij zette toen zijn zinnen op het USAC kampioenschap.
Op 3-
In 1961 was de carrière als race piloot gedaan op dokters bevel en Shelby ging op zoek naar andere doelen. Hij besloot zijn stuurmanskunst te gelde te maken en opende de “Shelby school of high performance driving” in het Californische Riverside. Die kende een enorme bijval en hij kon zijn eerste werknemer, Peter Brock aanwerven, een man die voor Chevrolet had gewerkt aan het Stingray project, als automobiel ontwerper en stylist. Hij zou een van de hoofdrollen betekenen in de geschiedenis van de Cobra’s. Hij bereidde de leerplannen voor en de onderwijs vereisten voor de school.
Door de routine die Carroll Shelby kreeg in zijn leven had hij uiteindelijk de tijd om veel na te denken en kon hij de kwaliteitsverschillen van de Amerikaanse en de Europese competitie racewagens goed bestuderen. Dit viel voor hem best mee omdat hij met beide soorten wagens had gereden. Hij wist de verschillende benaderingen van elke auto te appreciëren. De Texaan kreeg toen een zeer goede inval: het moet toch mogelijk zijn beide aspecten samen te smelten. Carroll Shelby trok al vlug de conclusie, de Amerikanen gebruikten simpele en eenvoudige onderstellen met brutale en krachtige motoren waar de Europeanen met minder krachtige motoren, maar wel met een stevig onderstel, een betere wegligging konden bekomen, en er zo in slaagden zeer vlugge wagens te bouwen. Op de geïmproviseerde omlopen in de zandvlakten en verlaten stranden van de woestijn toonden de kleine dappere Europese sportwagens zich het sterkst. Carroll Shelby was zeer goed vertrouwd met de Europese sportwagen en had voldoende kennis van de Amerikaanse auto’s om met een grote V8 en een licht onderstel de competitie in Detroit de nodige kaakslagen toe te brengen. Sidney Allard had dit idee reeds uitgevoerd voor hem en zijn wagens scheerden hoge toppen in Amerika door het op deze manier uit te voeren. Het zou een bijzondere auto worden: een echte Ferrari killer. Carroll Shelby was reeds met zijn idee gaan aankloppen bij Jensen, Aston Martin, Maserati en de Tomaso. Halverwege de vijftiger jaren waren de Amerikanen niet veel beter dan naïeve kleine jongens in de ogen van de Europese constructeurs. Zo toonde niemand interesse in zijn plannen tijdens zijn verblijf in Europa en kreeg hij overal een negatief antwoord. Hij zocht toen zijn heil bij een merk dat het moeilijk had om te overleven. Toen Carroll Shelby tijdens de periode van 1960 voor de rekening van Aston Martin reed had hij de AC Ace al goed leren kennen op de Europese circuits.
In september 1961 verloor de fabriek van AC (Auto Carrier) te Thames Ditton (Engeland) de zes cilinder Bristol motor voor de inbouw van hun twee zit roadster. De AC Ace was in zijn ogen opeens de gezochte wagen om zijn plannen te doen slagen. Carroll Shelby schreef een brief met een voorstel om een Amerikaanse V8 te plaatsen op hun chassis voor een speciale Shelby sportwagen. Charles Hurlock, eigenaar van AC Auto's, beantwoordde de brief in oktober dat hij geïnteresseerd was in Shelby’s voorstel als er maar een lichtgewicht motor te vinden was in de State. Dezelfde maand verzendt Shelby een brief naar Dave Evans van Ford met zijn voorstel om een lichtgewicht motor V8 te bemachtigen.
Op 2 februari 1962 wordt de V8 “260” motor en transmissie geleverd bij de Shelby shop te Southern California. Carroll had een droom voor de naam van zijn project, de naam „Cobra“ verscheen op de voorzijde van zijn auto. In de woorden van Carroll, ik ontwaakte en noteerde de naam op een kladblok naast mijn bed, een soort ideeën boekje. De volgende ochtend toen ik de naam „Cobra” bekeek wist ik het. Dat is de naam die ik zal gebruiken. Maar de naam cobra was jammer genoeg al in gebruik bij de Amerikaanse firma Crosley. De firma Crosley gebruikte de naam voor een motor waarvan de nokkenas koper gesmeerd was en dit noemde men copper bras, Co en bra. Maar Ford vernam dat deze naam niet was beschermd. Op deze manier kon Shelby de naam Cobra gebruiken. En zo ontwierp Peter Brock een logo van een aanvallende Cobra en zonder het zelf te beseffen werd dit zeer snel wereldberoemd.
In Shelby’s hoofdkwartier in Santa Fe Springs (Californië) zorgde Carroll samen met
zijn technisch directeur Phil Remington, ontwerper Peter Brock, de coureurs en testrijders
Ken Miles, David McDonald, en met de hulp van een leger Ford-
De lijn van de cobra is juist het zelfde als van de Ace Bristol, juist voor en achter is het koetswerk iets langer
In maart 1962 kwam Shelby-
In april 1962 wordt de CSX 2000, de eerste Cobra, geschilderd in een gele kleur door Dean Jeffries en verscheept naar New York voor de Auto show als debuut in de Ford stand.
De handelaars begonnen bestelorders te krijgen en zo begon Shelby formeel aan de bouw van de Cobra. Carroll Shelby kreeg de belofte dat de motoren zouden geleverd worden op krediet. Op die manier kon hij fungeren als tussenpersoon zonder zelf veel geld te investeren. Shelby trok terug naar AC Engeland met zijn officieel akkoord van Ford op zak en slaagde er in om de mensen van AC te overtuigen de auto’s op krediet te leveren. Carroll Shelby en AC zaten meteen in het zakenleven terwijl ze een paar dagen daarvoor nog in de onzekerheid leefden over hun verder bestaan in de auto wereld. In mei 1962 promoot Shelby zijn Cobra door hem voor te stellen aan de automobiel pers met vele goede resultaten.
“ Sports Car Graphic ” beschreef in mei 1962 de Cobra als “de acceleratie is explosief”.
Het was op dat moment de snelste productie auto ooit: van 0-
De CSX 2001 (tweede gebouwde Cobra) werd verscheept van Engeland naar New York en werd voorbereid door ED Hugas in Pittsburgh (Pennsylvania).
De CSX 2002 werd naar Los Angeles gestuurd om er als eerste competitie Cobra te worden
omgebouwd. De productie was langzaam aangezien Shelby-
Ondertussen werd de CSX 2000 opnieuw geschilderd in een andere kleur en dit telkens als er een test gebeurde door een ander tijdschrift, dit gaf de schijn dat er meerdere Cobra’s in productie waren.
Het ging hem zo voor de wind dat Carroll Shelby met de hulp van Ford, de oude fabriek
van Lance Reventlouw kon opkopen. Deze fabriek was gelegen te Venice (Californie)
en had vroeger dienst gedaan voor de F1 constructeur Scarab en Sport. In die periode
was Ford aan een nieuwe motor bezig, de V8 van 4727 cm³ (101,6 x 72,6 mm) van 280
pk bij 4500 o/m en Carroll Shelby verwierf de constructie rechten om deze motor in
te bouwen in de Cobra’s, dit gebeurde vanaf het 76ste exemplaar en kregen de naam
Shelby-
In augustus 1962 legde Shelby-
Op 6 augustus plaatste FIA de Cobra in de meer dan 2 liter klasse voor het Kampioenschap van de Fabrikanten. Minstens 100 auto's moesten binnen de 12 maanden worden gebouwd, Carroll Shelby voelde aan dat de tijd gekomen was om de wagen uit te testen in de competitie. In Riverside (California) was een experimentele categorie uitgekomen om de nieuwe Corvette in te zetten, tijdens die uit houding race zette hij ook de Cobra in.
Op 13 oktober 1962 reed Shelby-
Dave MacDonald en Ken Miles tekenden een contract met Shelby-
Ian Garrad, een ex-
In maart 1963 zette Shelby-
In juni 1963 voltooide Shelby-
De eerste cobra werd officieel ingeschreven door AC Cars Ltd, de tweede werd ingeschreven
door een Cobra verkoper, Ed Hugus, uit het Amerikaanse Pittsburg. De derde Cobra
(coupé) werd aan een Zuid-
De racesuccessen in de VS waren zeer goed te noemen, en in de SCCA races werden door privé personen heel wat overwinningen in de wacht gesleept, nadat ze met kits die Shelby verkocht verbouwingen hadden aangebracht.
De Cobra’s legden hun wil op in het kampioenschap USRRC, dit zou later de Can-
De Cobra’s hadden veel af te rekenen met mechanische pech zoals in Daytona en Sebring maar ook tijdens de competitie races. Nochtans boekte Dan Gurney een overwinning in een probleemloze race te Bridgehampton.
Op het eind van het sport seizoen kon Carroll Shelby toch een positieve balans opstellen.
Zijn ploeg had heel wat opgestoken op de omlopen terwijl heel wat Cobra’s in privé-
In september 1963 begint Shelby met een nieuw project de Daytona Coupe met een ander aërodynamisch koetswerk op een Cobra Chassis en dit was nodig voor de 200 mph die de wagen zou doen op het rechte stuk van Mulsanne te Le Mans, Pete Brock was de ontwerper. Dit project kwam tot stand door de Cobra Coupe’s die deelnamen aan de 24h race van Le Mans het jaar daarvoor.
De eerste Cooper Monaco King Cobra werd besteld.
Dan Gurney won als eerste Amerikaan in Europa de 500Km Bridgehampton race tellend voor het FIA kampioenschap in een Cobra.
De Cobra won niet van Ferrari in 1963 maar domineerde wel de Corvette’s en won wel het SCCA Nationaal productie Kampioenschap.
In december 1963 won de Cobra het USRRC ( United States Road Racing Championship )
In februari 1964 voltooide Shelby-
In dezelfde wedstrijd reden Bob Johnson en Dan Gurney met een FIA Cobra roadster en eindigden op de vierde plaats.
In maart 1964 plaatste Shelby-
Ken Miles reed de wagen stuk tegen een boom maar de wagen geraakte tijdig klaar om de volgende dag deel te nemen aan de wedstrijd en om dan voor het eerst de Ferrari GTO’s te verslaan.
Te Sebring ontmoete Shelby er de broers Hurlock van AC Cars en de ontwerpingenieur Klaus Arning van Ford om een V8 big blok Cobra te ontwikkelen.
In april 1964 leidde Ferrari na Sebring in de punten voor het FIA GT III Kampioenschap
en Shelby-
De nieuwe GT40 van Ford en de Cobra’s werden getest op het Circuit van Le Mans.
Op 26 april 1964 nam Cobra deel aan de Targa Florio (Italië) en vreemd genoeg zegevierde de nieuw Porsche 904s voor Ferrari en werd de Cobra derde.
In juni 1964 verslaat Cobra de Ferrari in de 24h race van Le Mans en eindigt vierde algemeen en eerste in de GT klasse
In augustus 1964 gaf Ford de opdracht aan Shelby om een krachtige versie te maken
van de Mustang fastback met het oog op het B-
De Cobra’s winnen ondertussen in Europa enkele wedstrijden zoals de heuvelklim te
Freiburg, de Tourist Trophy te Goodwood (Engeland) en de Sierra-
In september 1964 wordt de eerste Shelby ‘65’ Mustang GT 350 straat en race versie gebouwd.
In oktober 1964 raakt het prototype Cobra 427 in eindontwikkeling en wordt getest op het circuit te Silverstone (Engeland) en later overgevlogen naar de States.
In november 1964 voltooit Shelby-
In december 1964 keurde de SCCA de Mustang GT 350 goed om deel te nemen aan de B-
In januari 1965 werd de Cobra 427, met buizen chassis en aluminium koetswerk, voorgesteld aan de pers te Riverside op de International Raceway.
In februari 1965 verhuist Shelby-
Deze werden in de kleuren van Shelby gespoten, Guardsman blauw met twee witte strepen. Kort daarop won de GT40 zijn eerste wedstrijd te Daytona. De Mustang GT 350 won eveneens zijn eerste wedstrijd, te Green Valley (Texas).
Eind februari 1965 zet Shelby-
In maart 1965 verhuist de productie van de Mustang GT350 ook naar de luchthaven hangar te Los Angeles juist nadat er 250 exemplaren waren van gemaakt.
De GT 40 Mark II werd voorzien van de V8 427 big-
Jo Schlesser en Bob Bondurant winnen de 12h van Sebring met de Daytona Coupe.
In april 1965 vertrekt het Cobra Team naar Europa om daar zijn overwinningen en overheersing in wedstrijden verder te zetten en Ferrari achter zich te laten.
Bob Bondurant en Hall Grant waren eerste te Monza (Italie) met een Daytona Coupe.
FIA weigerde de licentie van de Cobra 427 omdat de bouw van 100 exemplaren niet was bereikt.
In mei 1965 in 0ulton Park (Engeland) nam Sir John Whitmore de eerste plaats in beslag met een Cobra Daytona Coupe in de GT klasse. Bob Bondurant was tweede in de GT klasse te Spa, eveneens met een Cobra Daytona Coupe. In de States werd de eerste GT 350 drag Mustang gebouwd.
In juni 1965 nemen Shelby-
Op 4 juli 1965 nam Shelby-
In augustus 1965 wordt de eerste Supercharger GT 350 prototype voltooid in de fabriek
en de productie van de GT 350 Type 1966 kwam op gang. De eerste 15 427-
In oktober 1965 worden de eerste tien Mustang’s ‘66’ GT 350 Shelby Fastbacks te koop gesteld. Shelby stelde een ‘Hertz Racer’ voor en een prototype werd gebouwd.
In november 1965 bekeek Hertz het goed en bestelde aan Shelby 200 Mustang’s Type
GT 350H.
De FIA verklaarde de 427 goed voor het raceseizoen van 1966. De 66 GT 350
won opnieuw het nationale „B-
In december 1965 verhoogde Hertz zijn contract met 1000 eenheden voor het model GT
350H.
in februari 1966 won de Ford GT40 Mark II te Daytona. Shelby-
In juni 1966 was Henri Ford II aanwezig op de 24h Race te Le Mans en zag met trots dat drie GT40’s op de plaatsen 1,2, en 3, eindigden. Niemand verwachtte dat de Amerikanen zo een lange afstandrace zouden winnen.
In augustus 1966 komt het slechte nieuws: de Brit Ken Miles komt om tijdens een race op de Riverside Internainal Raceway, hij won verschillende wedstrijden met Cobra’s.
Hier nog na zijn eerste FIA overwinning, samen met Caroll Shelby
In september 1966 begint de productie van de ‘67’ te LAX (Los Angeles International
Airport). Jerry Titus wint te Riverside, en Ford wint de Trans-
In november 1966 worden de eerste ‘67’ Shelby GT 350 en GT 500 geleverd aan de nationale handelaars.
In maart 1967 wordt de laatste Cobra 427 gebouwd omdat het accent meer op Fords eigen producten komt te liggen en na in totaal 983 geproduceerde Cobra’s valt het doek ……….voorlopig.
In juni 1967 wint de Ford GT40 Mark IV terug de 24h van Le Mans.
In september 1967 verhuist de productie van de ‘68’ Mustang Shelby naar Ionia (Michigan).
In oktober 1967 wint Shelby-
In november 1967 verhuisde Shelby-
In juni 1968 werden de laatste Shelby GT’s type ‘69’ gemaakt. De GT40 won terug de 24h van LeMans.
In augustus 1968 werd de laatste gloednieuwe Cobra Roadster 427 verkocht door Shelby.
In september 1968 opent Shelby zijn eigen Ford Dealer garage te Tahoe (California) met het Sky Terrace motel en de Cobra snack bar. De postkaarten van de Cobra snack bar zijn nu een gegeerd object voor verzamelaars.
De enige gemaakte Lone Star word verkocht voor 15.000 $. De Lone Star zou de opvolger worden van de Cobra en gemaakt worden bij John Wyer’s JW Automotive Engineering te Engeland, maar haalde geen goede resultaten.
In november 1968 begint de productie van de Mustang Shelby ’69’. Te Lime Rock behaalde
Sam Posey een overwinning in de Trans-
In september 1969 kwam de verzekering en de veiligheid in het gedrang door de prestatieauto’s van alle fabrikanten die zo hoog werden opgedreven met de pk’s dat zij ook hoge verzekeringstarieven zouden moeten betalen. Het was tijd om het programma te beëindigen, en de productie van de Mustang Shelby werd gestopt door een dramatische lage verkoop. De resterende ‘69’ modellen worden bijgewerkt om als model ‘70’ te worden verkocht.
In oktober 1969 leverde Shelby de laatste Mustang Trans-
In december 1969 sluit Shelby Automotive Racing Company zijn deuren.
In februari 1970 beëindigt Ford de Racing overeenkomst op lange termijn met Carroll Shelby.
In september 1975 gaat de Shelby-
SAAC-
Het was de eerste
keer sinds de Jaren '60 dat Carroll Shelby met zijn teambestuurders, zoals Lew Spencer
en Bob Bondurant bijeenkwamen.
In 1982 ontwerpt Carroll Shelby de Dodge Shelby Charger voor Chrysler een opgedreven auto.
In 1982 ontwerpt Carroll Shelby een proto voor Dodge die later de Viper zal worden.
In 1989 bouwt Carroll Shelby het eerste proto chassis voor de Viper, en bouwt 427 S/C Cobra's van de overgebleven onderdelen uit 1966.
In 1990 ondergaat Carroll Shelby een harttransplantatie die goed lukt.
In 1991 rijdt Carroll Shelby in de pacecar, een Viper, tijdens de Indy 500 en wordt geïntroduceerd in de Automotive Hall of Fame..
In oktober 1991 maakte hij zich zorgen om anderen en een van de favorieteverwezenlijkingen van Shelby is de totstandbrenging van de Stichting van “de Kinderen van Carroll Shelby”, een voor de belastingen aftrekbaar fonds om behoeftige kinderen met hart of nierproblemen te helpen, een organisatie zonder winstbejag.
In 1992 is Carroll Shelby betrokken bij allerlei nieuwe sportwagens zoals de productie van de CSX4000 (427), de CSX7000 (289),
de Shelby series 1 sportscar,
de SP 360 High Performance sport utility vehicle,
en niet vergeten de introductie van de nieuwe GT 40
In 1996 ondergaat Carroll Shelby een niertransplantatie die goed lukt.
Op 3 september 1997 treedt Carroll Shelby in het huwelijk met de Britse Cleo Patricia Marguerita Shelby in Las Vegas (Nevada).
Vandaag worden zijn eigen replica’s van de grote machine gemaakt zoals in 1962
Carroll hielp bij de ontwikkeling van de New Cobra,
een moderne versie van de cobra met een nieuwere design.
Zolang hij leeft, zal Carroll een legende-
Nu zijn er bijna 30, meestal kleine privé bedrijven, die sommige versies van de Cobra replica bouwen, in meer dan 7 landen. Sommige replica’s zijn de naam Cobra niet waardig, en sommige replica’s zijn beter gemaakt dan de originele door de moderne en verbeterde technieken, en materialen die nu beschikbaar zijn.
Er wordt veel gedebatteerd over deze Cobra replica's,
Het aantal van deze replica's is onbekend, maar men schat 40.000 over de hele wereld. Eigenlijk is het een eer voor de legende Carroll Shelby dat er zo veel van gemaakt zijn.
Tot slot:
Als stichter en genie van Shelby-